Nieuws

Geen grote zorgen blauwtong, meer... 

 

De wolf rukt op, 
straks probleem in NL?

lees artikel (in Duits)

 

TE KOOP:

Suffolk Uithangbord
lees meer...


De leverbot die in ons land verreweg het meest voorkomt heeft de naam Fasciola hepatica. Daarnaast komt een heel enkele keer de kleine leverbot voor met de naam Dicrocoelium dendriticum. 
De leverbot Fasciola hepatica leeft als volwassen parasiet in de galgangen van de lever van vooral herkauwers, maar kan ook voorkomen bij de mens. De volwassen worm is ongeveer 3 cm lang, ruim 1 cm breed en plat van vorm. Leverbotziekte kan alleen voorkomen waar de tussengastheer, leverbotslak, Galba truncatula, voorkomt. Dit zijn vooral veen- en kleigronden waar de bodem een groot deel van het jaar vochtig is.
 
leverbot.png
Figuur 1: Cyclus van de leverbot. Na opname van besmettelijke cysten met het gras ontwikkelen zich zeer kleine botjes die via de darm en buikholte op zoek gaan naar de lever. In de lever wordt de infectie volwassen en zal deze volwassen infectie zich in de galgangen en galblaas ophouden. Ongeveer 10 – 12 weken na infectie zullen de volwassen leverbotten eieren gaan leggen welke via de mest op het land terechtkomen. Uit het ei komt een trilhaarlarve die op zoek gaat naar een leverbotslak. In de leverbotslak vindt een vermeerdering plaats via verschillende larvale stadia, zodat vanuit 1 trilhaarlarve ongeveer 150 – 200 staartlarven ontstaan. Onder gunstige klimatologische omstandigheden (vocht) verlaten de staartlarven de slak en gaan zwemmend op zoek naar grassprieten. De staartlarven zetten zich af op het gras, verliezen hun staart en kapselen zich in tot besmettelijke cysten.

Bij opname van grote aantallen besmettelijke cysten (metacerariën), is een verbloeding van de lever mogelijk. De schade wordt veroorzaakt door de trektocht van zeer veel jonge botjes door de lever. Door de leverbeschadiging en het bloedverlies kan 5 tot 7 weken na een massale infectie sterfte optreden (acute leverbot).
De volwassen leverbot leeft van leverweefsel en veroorzaakt irritatie en ontstekingen. Groeistilstand, gewichtsverlies en bloedarmoede zijn het gevolg. De slijmvliezen zijn bleek en bij ernstige infecties soms geel van kleur en tussen de kaaktakken kan oedeem voorkomen. De vacht is vaak dor en droog en in de buikholte kan veel vocht voorkomen. Drachtige dieren kunnen verwerpen en bij een ernstige besmetting met volwassen botten kunnen de dieren aan de gevolgen sterven (chronische leverbot).

Bron: GD Diergezondheid.nl

Agenda 2017

07 april: Ledenvergadering in de keet van Heerde, aanvang 20.00uur

Facebook

 

SuffolkFolks

Log in op Suffolkweb voor de laatste digitale SuffolkFolks

Suffolk Stamboek Nederland 2015